Belasting op Spaargeld 2022: Bedragen en uitleg

6 minuten leestijd

Het is natuurlijk altijd een goed idee om geld sparen. Je kunt bijvoorbeeld sparen voor noodgevallen, zoals bijvoorbeeld een kapotte wasmachine of dure reparatie aan je auto, voor een dure vakantie of wereldreis, een aanbetaling van een nieuw huis, een toekomstige studie van je kind of wanneer je gewoon geld overhoudt. Maar hoe zit het dan eigenlijk met belasting over het gespaarde bedrag? Hoeveel belasting moet je hiervoor betalen? Om je wat meer duidelijkheid over te scheppen zullen we je hier wat meer informatie over geven.

Laten eerst eens even kijken wat er in 2022 gaat veranderen. Want vanaf 1 januari 2022 niet meer dan 50.650 euro aan spaargeld of beleggingen hebt dan hoef je er geen vermogensredenementsheffting over te betalen. Eerder lag deze grens nog op 50.000 euro. Als je een koppel bent met een belastingpartner dan staat de teller in 2022 op 101.300 euro. Kort gezegd noemen we dit het heffingsvrije vermogen. Geld waarover je geen extra belasting hoeft te betalen. Dat scheelt weer! Maar er is meer wat je hierover moet weten, want we hebben je net wel vertelt wat je belastingvrij mag sparen. Maar wat valt er allemaal onder spaargeld? En waarom moet je hier überhaupt belasting over betalen?

Belangrijk is om het bedrag van belasting niet te verwarren met rente. Want deze mag dan historisch laag zijn, je verdient er nog steeds weinig mee om geld op de spaarrekening te hebben. Dit geldt natuurlijk niet voor beleggingen.

Hoeveel mag je belastingvrij sparen?

In Nederland mag iedereen voor een deel belastingvrij sparen. Het deel dat je belastingvrij mag sparen heet het heffingsvrij vermogen. In dit jaar kun je tot € 50.000 belastingvrij sparen. Mensen die een fiscaal partner hebben mogen belastingvrij sparen tot € 100.000 . Wanneer je meer spaart dan deze bedragen dan moet je hierover belasting betalen. De belasting die je betaald is echter wel alleen over het deel dat je spaart boven het heffingsvrij vermogen.

Wat valt er allemaal onder spaargeld?

Het geld dat je daadwerkelijk spaart wordt niet alleen maar berekend op basis van je spaarrekening. Geld dat je aan het sparen bent valt in box 3 van de belastingdienst. Maar niet alleen spaargeld hoort in deze box, maar ook beleggingen en het bezit van een tweede huis. Je moet deze dus bij je spaargeld optellen. Nadat je van dit totale bedrag je schulden hebt gehaald, kun je berekenen hoeveel eigen vermogen je hebt in box 3 van de belastingdienst. Je kunt dus eigenlijk alleen € 50.650  belastingvrij sparen als je geen beleggingen of tweede huis hebt. Is het eigen vermogen uit box 3 hoger dan deze € 50.650, dan zul je over het bedrag dat je bespaart belasting moeten afdragen in de vorm van vermogensrendementsheffing.

Waarom belasting betalen over je spaargeld?

Over het spaargeld dat je in bezit hebt zul je uiteindelijke rendement halen. Rendement over je spaargeld is voor de belastingdienst gewoon een vorm van inkomen. In Nederland moeten we nu eenmaal belasting betalen over ons inkomen. Of dit nu uit je salaris komt, je bedrijf of in dit geval je spaargeld.

Hoeveel belasting betaal je over je spaargeld?

In 2021 betaal je, zoals eerder geschreven, geen belasting tot € 50.000 spaargeld. In 2021 blijft de manier van belasting berekenen in box 3 hetzelfde. Er blijven 3 schijven in box 3. Ook blijft de Belastingdienst rekenen met een vaste vermogensmix per schijf. De vermogensmix is de verhouding tussen sparen en beleggen. Box 3 werkt met 3 schijven om belasting te berekenen. Vanaf 2021 veranderen de grenzen van de 3 schijven. Tot en met €50.000 is dan vrijgesteld van belasting. Dat is het heffingsvrij vermogen. Boven deze €50.000 gelden de volgende schijven:

  • Schijf 1 loopt vanaf 2021 van €50.000 tot €100.000 (2020: €30.849 tot €103.643).
  • Schijf 2 loopt vanaf 2021 van €100.000 tot € 1.000.000 (2020: €103.643 tot €1.036.418).
  • Schijf 3 begint vanaf € 1.000.000 (2020: vanaf €1.036.418).

De Belastingdienst werkt met percentages per schijf over de oplopende opbrengst. Voor fiscale partners zijn het heffingsvrije vermogen en de schijfgrenzen het dubbele van de hierboven genoemde bedragen. De Belastingdienst blijft rekenen met een vaste vermogensmix per schijf. Daarbij gaan zij ervan uit dat spaarders een deel van hun vermogen sparen en een deel beleggen. De Belastingdienst gebruikt hierin een vaste verhouding per schijf (de vermogensmix). De vermogensmix blijft hetzelfde in 2021.

  • In schijf 1 gaat de Belastingdienst uit van 67% spaargeld en 33% beleggingen.
  • In schijf 2 gaat de Belastingdienst uit van 21% spaargeld en 79% beleggingen.
  • In schijf 3 gaat de Belastingdienst uit van 100% beleggingen.

Voor het deel spaargeld en het deel beleggingen in de vermogensmix gelden percentages over de opbrengst.

Percentages opbrengst uit vermogen aangepast

Vanaf 2021 wordt er 0,03% rendement berekend over het spaargedeelte (0,07% in 2020). Over het beleggingsdeel wordt 5.69% rendement berekend (5,28% in 2020). Beide percentages zijn dus iets aangepast ten opzichte van 2020. Wel blijven deze percentages gelden voor iedereen in box 3. Ongeacht hoeveel opbrengst iemand haalt uit spaargeld of kleine beleggingen.

Het tarief van de box 3-belasting gaat omhoog

Iedereen die in 2022 een vermogen heeft van €50.000 of meer, betaalt vanaf 2021 31% belasting over de opbrengst uit vermogen. In 2020 was dat 30%. En in 2022 is dat dus ook weer meer met als resultaat dat je vermogen meer dan 50.650 belast wordt.

Nieuwste over Inkomstenbelasting en BTW voor Ondernemers (ZZP) Tips